7 tips voor een geslaagd interview

Ceo’s, interim-managers, milieudeskundigen, deelnemers van taalkampen, vrijwilligers … de afgelopen jaren heb ik veel interviews afgenomen over evenveel onderwerpen. Dit zijn mijn tips voor een geslaagd interview.

Ik weet nog mijn eerste interview. Ik moest met de trein naar Zaventem Dorp. De hele nacht ervoor heb ik liggen piekeren. Bang om te laat te komen, bang om onbeleefde vragen te stellen, bang om een mal figuur te slaan. Vooral ook omdat ik een ceo moest interviewen over een thema waar ik bitter weinig over wist. Het was kortom geen gemakkelijke eerste klus.

Dat interview is ontzettend goed meegevallen. Mijn gesprekspartner was supervriendelijk en heeft me zelf nog naar het station teruggebracht.

Sindsdien ben ik nooit gestopt met interviews af te nemen. Ik heb wel wat dingen meegemaakt zoals een taperecorder die foert zei, verloren gelopen op een campus, een koppel ganzen die zich kwamen moeien … Stuk voor stuk onvergetelijke momenten.

Een interview afnemen is je steeds wagen op een onbekend terrein. Je weet vaak niet wie je gaat interviewen, wat die precies wil vertellen of je weet zelf amper iets over het onderwerp. Laat je daardoor niet afschrikken. Mijn ervaring heb ik samengebundeld in onderstaande tips.

1. Stuur je vragen op voorhand door

Ik heb ooit gelezen dat journalisten hun vragen niet doorsturen omdat ze dan een spontaner antwoord krijgen. Dat klopt misschien, maar ik doe het toch. Ik vind dat ik dan diepgaandere antwoorden krijg omdat de ander er al heeft over kunnen nadenken.

Een paar weken geleden schreef ik een artikel over businesstransformatie. Ik dacht dat ik de juiste persoon had gecontacteerd om hierover te interviewen. Maar toen ze mijn vragen las, besefte ze dat een kennis van haar me meer kon helpen en heeft ze ons aan elkaar voorgesteld. Schaamrood op de wangen vermeden voor ons beiden.

2. Stel open vragen

Voor elk interview heb je steeds een invalshoek voor ogen. Nu verwacht je van de ander dat die jou alle info gaat geven om die invalshoek in te vullen. Alleen is het voor die ander niet altijd even duidelijk wat je van hem of haar verwacht. Dat kan je enkel duidelijk maken door open vragen te stellen. Vragen die beginnen met hoe, wat, waarom, wie, wanneer … Hierdoor vermijd je dat de ander enkel antwoordt met ja en neen, maar net een uitgebreid antwoord geeft waar je gemakkelijker op kan inpikken en bijkomende vragen kan stellen.

3. Vraag kort om een eigen introductie

Ik check altijd het LinkedIn-profiel van diegene die ik ga interviewen. En toch is mijn eerste vraag: wie ben je? Het is een mooie opener waarbij de ander zich goed voelt, want iedereen praat graag over zichzelf, is fier op wat hij doet en het geeft jullie beiden de kans om elkaar beter te leren kennen. Ik had ooit eens een voorzitter die me vertelde dat hij in zijn vrije tijd graag achter de stikmachine zat. Kortom, die vraag zorgt ervoor dat het interview met een positieve of zelfs grappige toon start.

4. Onderbreek niet

Af en toe krijg ik een Zoom-tape waarbij mijn opdrachtgever iemand interviewt. Dat begrijp ik zeker omdat het gesprek voor mijn opdrachtgever een netwerkkans is. Maar wat mij vaak opvalt is dat die dan vaak vervalt in een gesprek. Wat is het verschil, hoor ik je nu denken? Wel, er is een immens verschil.

Een goede interviewer beseft dat zijn rol ondergeschikt is. Concreet betekent dat hij vooral luistert, bijkomende vragen stelt wanneer hij hiaten ontdekt en de ander laat uitspreken. Een goede interviewer is niet bang voor stiltes, van rustmomenten waarbij de ander even kan nadenken over wat hij wil en kan vertellen om dan dieper in te gaan op het onderwerp.

Een gesprekspartner daarentegen onderbreekt de ander, wil ook zijn verhaal kwijt en geeft ongevraagd zijn mening. Het wordt een dialoog tussen twee mensen dat soms verglijdt naar een tooggesprek, waarbij beide partijen amper naar elkaar luisteren en vooral hun eigen verhaal kwijt willen.

Wanneer je dus eerder een gesprekspartner bent tijdens een interview, is de kans groot dat je de ander niet laat uitpraten of de mond snoert. En dat heeft grote gevolgen bij het schrijven van een artikel. Dan pas merk je dat er info ontbreekt omdat je de ander niet de kans hebt gegeven om alles te vertellen.

5. Vraag naar voorbeelden

Getuigenissen en voorbeelden maken je artikel aantrekkelijk omdat je lezer zich dan meer geconnecteerd voelt met de geïnterviewde. Vraag daarom steeds naar een voorbeeld bij elke mogelijke vraag die je stelt.

Dit artikel zou ook maar gortdroog zijn zo zonder mijn voorbeelden.

Andere vragen die hierbij passen zijn: de grootste uitdaging, mooiste herinnering, toekomstperspectief, wat ze anders zouden aanpakken met de kennis die ze nu hebben …

6. Geef toe als je iets niet begrijpt

Iedereen heeft zijn specialisatie en jouw expertise is dat je de kennis van een ander verwoordt in begrijpbare taal voor een buitenstaander. De kans is voor mij quasi onbestaand dat ik evenveel weet over het onderwerp dan de deskundige die ik interview. Schaam ik mij hiervoor? Helemaal niet. Ik geeft dat zelf grif toe tijdens het interview. Niemand heeft me dat ooit kwalijk genomen.

“Wat doe je precies?”, vroeg ik ooit aan een kabinetschef met 20 jaar ervaring. Pas na een kwartier was hij klaar met zijn takenpakket op te sommen. Ondertussen was ik radeloos geworden, want ik kon dat nooit formuleren in een paar regels tekst.

Het mooie was dat hij zijn takenlijst afrondde met de zin: “Je ziet nu zelf, het is best eenvoudig wat ik doe.” Hij meende het nog ook. “Helemaal niet”, antwoorde ik eerlijk. Pas dan realiseerde hij zich dat zijn carrière toch niet zo voor de hand liggend was en dat hij best fier mocht zijn op zijn prestaties. Het werd daarna een heel interessant gesprek. En ik zal die persoon nooit vergeten.

7. Laat je artikel nalezen

Ik heb nog nooit een artikel gepubliceerd dat niet nagelezen werd door de geïnterviewde. Er is een groot verschil tussen een gesprek en een artikel. Sommigen schrikken ook erg wanneer ze het artikel nalezen. “Heb ik dat echt allemaal verteld?”, reageren ze.

Misschien vind je het dom dat ik mijn artikels laat nalezen door diegenen die ik heb geïnterviewd. “Ze weten goed waaraan ze beginnen wanneer je hen contacteert”, redeneer je en na je alle harde werk wil je voorkomen dat de ander zegt dat hij niet wil dat het artikel gepubliceerd wordt.

Ik heb inderdaad al meegemaakt dat de ander niet meer wil dat het artikel verschijnt. Daar zijn twee redenen voor. Eén: ze vinden dat zijzelf of hun organisatie te weinig promo krijgt. “Sorry, ik schrijf geen reclame”, is mijn antwoord dan. En twee: ze herkennen zich niet meer in het artikel. En daar heb ik wel begrip voor.

Een paar weken geleden had ik een interview met een grafisch vormgeefster die getuigde welke invloed de lockdown had op haar zakelijk leven. Lees: een partner die ook aan de keukentafel werkte en een peuter die haar zoommeetings verstoorde. Het was een prachtig verhaal waarin de lezer zich zeker in zou herkennen.

Maar toen ze het artikel nalas, wou ze niet meer dat ik het publiceerde. Ik had haar blijkbaar gecontacteerd op een heel kwetsbaar moment, waardoor haar verhaal een negatieve ondertoon had. Toen ze hoorde dat ik dat zeker begreep en niet pushte om het toch te publiceren, vroeg ze me of ze een paar dagen de tijd kreeg om haar verhaal te herschrijven. Ik gaf haar die toestemming.

Heeft die herwerking afbreuk gedaan aan mijn artikel? Helemaal niet. Haar verhaal was nog net hetzelfde. Alleen met een positieve, hoopvolle ondertoon. Want in de twee weken tussen het interview en het schrijven van het artikel, was ze door een moeilijke periode gegaan en had ze de kracht gevonden om de dingen anders aan te pakken. Logisch dus dat ze zichzelf niet meer herkende in haar eerste getuigenis.

Geef een reactie